Walter Goyen was blij verrast de demo van ‘zijn’ Master Giel in het Diggin’ Demos archief te vinden en schreef een klein verhaaltje over de band. Klik op play en luister mee tijdens het lezen.
Walter: “Master Giel begon in oktober 1981, toen drie vrienden uit de VWO-tijd aan de TU Eindhoven (TU/e) ging studeren: Gerard (“Giel”) Gielkens (zang), Paul Donners (cornet) en Walter Goyen (gitaar). Samen met Rob Timmermans (drums) en Lucien van Neer (bas) begonnen de eerste repetities in de Limburgse thuisbasis Geleen.
We waagden ons als echte amateurs aan nummers van o.a. The Police, Doe Maar, Raymond van het Groenewoud, 10cc, Gruppo Sportivo, Vitesse, Spider Murphy Gang en alles wat we maar leuk vonden. We noemden de mengelmoes van stijlen in eerste instantie new waverock. Muzikaal was het eerlijk gezegd vaak veel te hoog gegrepen, maar we hadden enorm veel plezier en ons enthousiasme leek voor het publiek wel aanstekelijk.
Vrij snel schreven we ook eigen nummers, met invloeden uit o.a. ska, reggae, pop en een beetje rock. Vaak schreef Gerard de teksten en ik de muziek. Songs met lekkere studentenhumor, zoals “Groentesoep met Balletjes”, “Mijn Oma”, “Broodje Kebab” en “Paint a Pony”. Het eerste optreden vond plaats in 1982, in de bar van St. Michiel, ons oude VWO in Geleen.
Studievriend en toetsenist Eric Broos kwam de geleden versterken met zijn Fender Rhodes (“zeul-able”, niet portable) en een heuse synthesizer.”
Master Giel de studio in
“In 1983-1984 vonden we het tijd voor serieuzer promotiemateriaal. We doken daarom in de studio van Star Sound Productions in Geleen. Daar namen we twee nummers op: “Retourtje Hemel” en “Anne”, dat we in eigen beheer uitbrachten op cassette. We hadden nog geen internet en e-mail. Het is onbekend hoe groot de oplage was en naar wie we die allemaal verstuurd hebben, maar echt Ă©rg leuk om na ruim 40 jaar te ontdekken dat één van onze cassettes kennelijk in handen is gekomen van Diggin’ Demos / Marco van Dalfsen.”
De droom
Walter: “Persoonlijk denk ik dat we op muziekgebied geen serieuze verwachtingen hadden; ik in ieder geval niet. Heel stiekem droomden we misschien over zoiets als Doe Maar, dat was wel een groot voorbeeld. Maar we waren echte hobbymuzikanten, een vriendenclubje, repeteerden in de weekenden in Geleen en later Spaubeek (in de garage van mijn ouders). Het ging echt om de lol. We hadden een heerlijk, vaak melig gevoel voor humor en de meesten van ons waren in alle eerlijkheid geen heel grote musici. Kortom: we hadden allemaal niet het idee dat we ooit succesvol zouden worden en die ambitie hadden we ook niet.
Het hoogtepunt
We traden op diverse plekken in Limburg op. Een van de hoogtepunten was dat we openingsact mochten zijn bij het “Helter Skelter Festival” in Elsloo, 1987. Een festival van Stichting Popmuziek Limburg, dat leidde tot een officieel wereldrecord van Guinness Records, met veel bands op meerdere podia. We traden ook op bij Skunx-dubbel, een soort opwarmer aan de vooravond van Pinkpop, dat destijds nog in Geleen plaatsvond.
Er was zelfs kort een soort fanclub via een enthousiaste fan en vriendin van de band, maar vermoedelijk bestond die fanclub uit slechts een handjevol leden. Diezelfde vriendin ging in de tv-wereld werken en via haar leek er zelfs een kans op een optreden bij het tv-programma van Tineke de Nooij. Helaas koos de omroep op de valreep voor topzangeres Lori Spee, die ook in Geleen woonde. Een grote teleurstelling voor ons, maar natuurlijk wel begrijpelijk. De gedroomde doorbraak kwam er dus niet van. Met een vette knipoog pasten we wel de titel van onze Doe Maar-cover “Doris Day” aan naar “Lori Spee”.
Zoals dat met bands gaat, volgden in de circa vijf Ă zes jaren van ons bestaan enkele bandwisselingen. Toen Rob ging werken, volgden enkele drummers en ook een nieuwe bassist. Lucien ging trombone spelen en met Huibert Crijns op altsax hadden we ineens een heuse blazerssectie. De nieuwe bezetting leidde tot een duidelijkere eigen sound, met wat meer ska/reggae, mede omdat we fan waren van bands zoals Doe Maar. Uiteindelijk veranderde de bandnaam van Master Giel naar Fase 3.
En toen?
Ergens in 1987 gingen enkele bandleden afstuderen en viel de band definitief uit elkaar. Frontman / zanger Gerard overleed jaren later helaas veel te jong, dus een reĂĽnie zal er nooit van komen.
Enkele leden van Master Giel vormden in die tijd samen ook de carnavalsband Sjeive Drèk (“zaate hermenie”). Daarmee maakten ze jarenlang de Geleense carnavalswereld onveilig. Paul en Walter schreven diverse carnavalsnummers. Later maakte Walter voor de Geleense radio-omroep nog een jingle, die hij mede opnam met Master Giel-toetsenist Eric Broos.
Walter is altijd wel actief gebleven in de muziek. Hij speelt nu gitaar in de coverband Geehive en werkt solo aan enkele nieuwe muziekprojecten in diverse genres. Mede door de ontdekking van Diggin’ Demos gaat Walter in de loop van 2026 werken aan het opfrissen en re-arrangeren van enkele oude songs van Master Giel / Fase 3, met hulp van moderne technieken (Ai). Voor wie nieuwsgierig is: op YouTube vind je al een nieuwe versie van het nummer “Pech”. Meer volgt hopelijk in de loop van 2026, wat via @GridLimes te volgen is.”
Wil je meer weten over Master Giel of heb je nog leuk beeldmateriaal, geluidsopnames of krantenartikelen, neem dan gerust contact op met Walter Goyen.
De muziek van Master Giel is ook te beluisteren op het YouTube kanaal van Diggin’ Demos. Detail-informatie en foto’s van de cassette? Kijk daarvoor op Discogs. Marco van Dalfsen wou archeoloog worden, maar dat liep allemaal wat anders. Lees hier meer over de zijn drijfveren en volg Diggin’ Demos op Facebook.
Heb jij thuis demo’s(1), die liggen te verstoffen en waar je niets meer mee doet? Of heb je zelf een demo gemaakt? Je kunt ze doneren of verkopen aan het demoarchief. Ik zal ervoor zorgen dat jouw demotapes goed worden bewaard en hun verdiende plekje krijgen in de muziekgeschiedenis.
Geef een reactie