padzoeker vs padvinder

‘Still Searching’ van Simon Keizer. Zo’n liedje raakt! Zo mooi ook, Yfke de Jong op viool.

Ik las het boek van Simon, verderop in de blog typ ik erover. Vandaar de keuze voor dit liedje.

Tolsta Tee
Ik breide mezelf een T-shirt-truitje, de Tolsta Tee. Een patroon van Rebecca Cloo, online naam Beacrea.

Ik had nog een 100% katoentje liggen van 25 jaar terug, een mooi zomers draadje. Lekker duurzaam ook, want het zat al in mijn stash.

Zoals een goede breister betaamt begon ik met een proeflapje. Heel precies telde ik de steken en nog preciezer liet ik AI uitrekenen welke maat ik moest breien om de mijn gewenste breedte te krijgen.

Mijn ideale borstomtrek voor dit truitje is 48 cm. Nu kon je in maatvoering kiezen voor 45 cm (maat 2) óf 50 cm (maat 3). Ik koos voor maat 3 want ik bedacht dat het dus ietsjes groter mocht worden want katoen rekt niet dus wat extra positive ease is gewenst.

In dit geval maat 3 breien om maat 4 te krijgen. Want mijn proeflapje 22 steken op 10 cm, patroon gaf aan 24 steken op 10 cm. Dus ik heb met minder steken op 10 cm. Ik brei dus losser dan het patroon.

Halvewege passen heb ik niet gedaan want: te lui om steken op een draad te zetten.

Toen het truitje af was zag ik dat het best een royaal truitje was geworden. Ook na een wasbeurt op 40 graden. Toen nogmaals op een 60 graden gewassen. Geen verschil. Het truitje meet 55 cm in breedte, maat 4 dus, dus XL, (ja duhuh, dat voorspelde AI ook al).

Ik zag pas op bovenstaande foto dat er verschil in kleur is in de verschillende bolletjes katoen, dit terwijl ze toch echt het zelfde verfbad hadden. En ik altijd het garen in een gesloten bak heb bewaard, dus niet in zonlicht of zo. Ik kan daar wel mee leven, alhoewel ik het zeer bijzonder vind.

Uiteindelijk had ik 310 gram katoen nodig en breide op 3 mm naaldjes.

Maar… Hmm… nee, ik loop niet over in enthousiasme. Misschien kan ik een ander er wel blij mee maken.

Waarom kan ik niet gewoon sokken blijven breien of sjaals bijvoorbeeld, dat gaat altijd goed qua pasvorm! Nou ja, dat duzz!

Wat hebben wandelen, breien en lezen met elkaar gemeen
Iedereen die mij volgt weet dat ik graag wandel. Ik vind het heerlijk om de ochtenden te starten met lopen. Wel ná de koffie, want dat is levensbehoefte 1.

Ik loop die eerste wandeling van de dag het zelfde rondje. Ik ben liever een padvinder dan een padzoeker. Bij routine-rondjes hoef ik geen keuzes te maken welke weg ik insla, welke richting ik oploop of het aantal kilometers.

Maar naast deze ‘geautomatiseerde’ ochtendwandeling vind ik lopen in een ander gebied dan ook wel weer fijn. Normaliter lopen Douwe en ik 3 x een ronde per dag.

Jan is niet van het lopen op gebaande paden dus met hem samen lopen is avontuur gegarandeerd.

Lang leven ‘google-maps’ om de auto dan weer terug te kunnen vinden. Wel naar jezelf, vanaf de auto, een ‘huidige-locatie’ verzenden, dit is zeer waardevol bij getting lost! Nee, dat laatste vergeet ik, ervaring leert.

Anyhow: Bij het breien, ik vind het fijn om vertrouwd sokken te breien, soms met een patroontje erin, een streepje of wat ook.

Maar het is ook leuk om voor iets heel anders te kiezen. Kleurwerk, lace, dan weer een deken, een sjaal of een vest.

Zo gek is het dus niet om bij wandelen ook keuze te hebben. Rondje Scheenebos, rondje Lendevallei of rondje Rottige Meenthe.

Bij het lezen wissel ik de boeken ook af: fictie / non-fictie. Dan weer een historische roman of een thriller en, ja ook zelfhulpboeken. Heerlijk die veelzijdigheid.


Moringwalkies

En zo ziet ons morningwalkie er uit. Het is 6.7 km lang en ik doe er net geen anderhalf uur over.

Bij sportief lopen haal je de 5 km/h wel. Ik vind het fijn om op een kwiek tempo te lopen, maar ik kom op een gemiddelde 4.7 km/h. Dit doordat er onderweg gefotografeerd wordt (Froukje).

Er snuffeld wordt (Douwe), wild gespot (Froukje/Douwe). Er gepoept wordt (Douwe ofcourse), de sloot leeg gedronken wordt (also Douwe). Maar desondanks lukt het ons nog steeds om in een lekker loopritme te komen hoor.

Wat moed dat moet
Dit is de titel van het boek wat ik luisterde. Geschreven en ingesproken door Simon Keizer, ja die van Nick & Simon.

Een boeiend boek. Keizer verstaat de kunst om life-events integer en zonder opsmuk te vertellen. Knap!

Ik vond herkenning in zijn boek. Issues die als een rode draad door zijn boek slingeren zijn ook zo universeel.

Zoals het gevoel dat je in je eigen ogen nooit goed genoeg bent. Dat je door die kijk op jezelf (het niet goed genoeg zijn) en je vanuit die (voor jou) waarheid voortdurend bevestigd wordt, puur en alleen omdat je met dat gevoel de wereld inkijkt.

Slotgroet

Kalm an, be kind & take care,
Lieve groet uit het mooie Olpae.

een beetje vrede in ons hart

‘Just a little bit of peace in my heart’ gecoverd door Davina Michelle + band.

Een liedje uit 1969 van de Golden Earring. Over het verlangen naar rust, stabiliteit en jawel: vrede in je hart. Daar zijn we toch allemaal naar op zoek op één of andere manier?

(foto: It Fryske Gea 29-4-’26)

Let me tell you about the birds and the bees (liedje hier)
Jan maakte een bijenhotel van afvalhout, bamboe uit de tuin van zuslief, dennenappels en hardhout, dat was onze oude trapleuning.

Zo’n bouwwerkje komt nog best precies, want een bij is een zinnig beestje. Zo moeten alle holle stokjes bamboe aan de achterkant dicht gemaakt worden met wat cement.

Het hout, met verschillende gaten, moet van hardhout zijn want dit geeft gaatjes met mooie strakke wandjes.

Het hotel bewoog nog van het ophangen of er zat al een bij bij! Fantastisch toch!

Bijen kraamhotel
Het doel van zo’n hotel is een natuurlijke plek na te bootsen waar de bij haar eitjes kan leggen. Een bij kiest een gangetje uit om een eitje in te verstoppen, samen met wat stuifmeel/nectar. Zo kunnen de larven veilig groeien.

Omdat er steeds minder van die natuurlijke nestplekjes zijn is het maken van een bijenhotel zeker geen overbodige luxe.

Bijen zijn een enorm belangrijke schakel in het ecosysteem. 75% van de belangrijkste voedselgewassen is afhankelijk van bestuiving door bijen, hommels, vliegen en vlinders.

Even terug naar de bijtjes met hun eitjes. Het hotel is voor de solitaire bijen.

Van alle bijensoorten leeft zelfs het overgrote deel, 90-95%(!) ‘solitair’ en maar 5-10% van de bijensoorten leeft als ‘sociale’ bijen, dus als mini-samenleving in een groep. Hierin heeft elke bij dan zijn eigen taak, zoals een koningin, de werksters of de verkenners. Hier schreef ik er al eens over. Voorbeelden zijn de honingbij en hommels.

Maar de meeste bijen leven dus alleen. Bij deze bijen bouwen de vrouwtjes zelf het nestje, leggen ook daar zelf een eitje in.

Zo ‘metselt’ de metselbij (zie foto hieronder) het eitje samen met nectar en stuifmeel in. Op bovenstaande foto goed te zien.

Ons Hotel-Bij is geopend! Nu maar hopen op goede reviews!

Breiperikelen
Ik breide een paar slofjes voor Veerle, ons pasgeboren buurmeiske.

Garen: Drops Baby Merino kleur 39. Naaldjes: 2.5 mm.

Verder op de naalden:

Voor mijzelf: De Tolsta Tee, maat 3. Garen: Mariposa 100% katoen, kleur 0509. Naalden: 3.0 mm.

Inmiddels de mouwsteekjes op hulpdraden gezet en bezig met het lijfje.

Dan nog mijn ‘buiten-de-deur-breitje’:

Sokken voor Jan, garen: Regia Design ontwerp van Arne & Carlos, kleur 07028. Naalden: 2.25 mm. 64 steekjes.

Wandelen
We hebben het voorrecht om op het platteland te wonen. Hieronder wat foto’s van de Lendevallei.

Het is er fijn wandelen.

De natuur in al zijn verscheidenheid. Genieten van de vlinders, vooral hier de oranjetipjes, fladderend om elkaar heen.

De mannetjes met hun oranje tipje en de witgekeurde vrouwtjes.

De koekoek horen in de verte. En dan die slootwal: zo’n bloemenpracht. Koolzaadgeel!

Prachtige wereld
Wanneer je je focust op het wereld-nieuws in de media dan is dat eigenlijk altijd een ‘slecht-nieuws-show’.

(foto: oppashondje Lane, ik mag Leentje zeggen)

Natuurlijk wil ik als wereldburger weten wat er in de wereld speelt. En laat dat asjeblieft de honden zijn. Maar:


Slotgroet

Kalm an, be kind & take care,
Lieve groet uit het mooie Olpae.

ik neem het niet voor lief

Titel uit ‘Sluit me in je armen’ van de Rotterdamse Zoë Livay. Een liedje kan soms zo mooi zijn.

(foto Appelboom)

Bloggen
Sinds 2006 blog ik, niet te verwarren met het tegenwoordig populairdere vloggen. Ik houd het bij het geschreven getypte woord & foto’s.

Ik begon als blogger bij Web-log, maar dat platform die ging ter ziele, met als gevolg dat ook mijn blog foetsie was.

Sinds 2011 ben ik content maker op WordPress. Dit bevalt goed, alhoewel: ik heb een hekel aan up-dates van het systeem, zoals de Gutenberg-editor. Maar nadat het bij mij beklijft, zie ik er de voordelen dan wel van.

(foto Vogelkers)

As I type zit ik op 1143 blogjes. Als je dat omzet in woorden dan zijn dat er 1.027.800, ik heb dus al 10 boeken geschreven. Dan moet ik er wel heul veul plezier in hebben.

Wat maakt nou dat ik zo graag blogjes maak?

1: Ik vind spelen met taal zo leuk, zelfs met mijn dyslectische slag van de molen. Ook houd ik van fotograferen. Met die combi probeer ik blogjes te maken, gewoon omdat ik er blij van wordt.

2. Ik vind het dingen delen gewoon fijn.

Dat laatste zal ik even uitleggen:
Ik ben van nature wel een enthousiast persoon. Runs in our family. Mijn lieve nichtje schreef er onlangs een boek over. Hier deelde ik dat.

(foto: Sleedoorn)

Nu ben ik nogal bevlogen over het leven en over handwerken in het bijzonder.

Vroeger, voor internet en sociale media, uitte ik mijn enthousiasme met mijn belangrijke naasten. Vooral met moeder en zus deelde ik de grote vreugdes des levens. Er was ook genoeg plaats om de shit te delen hoor. Maar ik doel hier op dat bruisende gevoel dat je, hoe dan, ook wilt delen met de ander.

Tot voor kort zag ik mijn eigen enthousiasme niet altijd als iets positiefs. In Nederland wordt al gauw gezegd ‘doe maar normaal, dan doe je al gek genoeg’.

(foto: Tuinjudaspenning)

Maar wanneer ik mijn passies en andere dingen waar ik blij van wordt op mijn blog met de hele goegemeente deel, dan mag dat gewoon. Want het komt vanuit enthousiasme, vanuit mijn persoonlijke positieve vonk. En precies daar komt die deel-drang vandaan.

Het is trouwens meer dan delen van het goede gevoel. Enthousiasme delen is namelijk een fundamentele drijfveer voor positieve actie en verbinding met de ander. Dat laatste is wel gewenst in deze individuele wereld.

(foto: Stekelbrem)

Big Shopper
Ik had drie jutte tassen. Nee, vier… ik had er vier! Eén had ik in 2016 al eens omgetoverd in een goede (lees praktische) tas voor school. De binnenkant bekleed met rode-ruitjes. Een open vakje en een vakje met rits. Zie hier:

De buitenkant bekleedde ik met een deken die ik eens vond in het bos. Nog steeds is deze tas in gebruik.

Deze herfst maakte ik een tweede big-bag, nu met grannysquares in allerlei kleurtjes katoen. Aan de binnenkant ook weer een fleurig stofje met ritsvakje en open vakje.

Erg leuk om te maken en echt, ik kan nog steeds zo blij worden van al die kleurige granny’s. Die tas gaat overal met me mee. Ideaal!

De tas geeft me hetzelfde gevoel wat ik ook heb bij het zien van mijn fietsbel. Hieronder op archief-foto. Het is gewoon de mooiste fietsbel ever! Maar dat terzijde.

Bij de laatste ‘opruim-lust’ op zolder kwam ik nog twee van die jutte tassen tegen. En in dezelfde opruimsessie kwam ik ook deze deken tegen. Een stuk stof wat je ergens kan scharen tussen fleece en deken. Oeh, van die combi kan ik mooie big-shoppers maken.

Maar hey, ik heb er al een paar… Maar, misschien kan ik er een ander ook blij mee maken!

Meteen plopten er twee namen omhoog. Ik vind het fijn om, wanneer ik iets maak, dat voor iemand te doen. Zo komt er een stukje liefde & aandacht voor die persoon in het werkje.

De ene werd voor mijn lieve schoonzusje. Naast dat ze gewoon een fijne schoonzus is doet ze veel in onze familie. Zo fijn!

En de ander werd ook een verjaardagskadootje. En beide waren er blij verrast mee!

Lentekriebels
Ik heb vrij impulsief een nieuw voorjaars-breitje opgezet. Een Tolsta Tee, van Rebecca Clow die online ‘The Creabea’ heet.

Ik maakte dit patroon al eens in 2023. Toen deed ik dat met Aran (= 8 ply) katoen/acryl, op naald 5.

Inmiddels heeft Rebecca ook een optie voor dunner garen gemaakt, dus voor 4 ply of fingering garen. Met stash diving kwam ik nog wat blauwe katoentjes tegen, minstens 25 jaar terug bij de Aldi gekocht.

Ideaal voor zo’n truitje.

Ik heb niet de juiste steekverhouding. Mijn proeflapje is 22 steken op 10 cm. Patroongauge is 24 steekjes op 10 cm. Maar katoen is niet rekbaar dus wat positive ease is wel gewenst. Eigenlijk zou ik gezien mijn ‘gauge’ een kleinere maat moeten breien, ik ga voor safe en kies toch voor maat 3. Fingers cross!

Deze term verwijst naar de maat van een kledingstuk. Het is dan ontworpen met een grotere borstomtrek dan de werkelijke lichaamsmaat van de drager, waardoor een ruimere pasvorm ontstaat. Negative ease bestaat ook, vooral bij sokken. Sokken zijn altijd iets smaller dan de omtrek van het been, anders zakken ze af.

Goed verhaal, lekker kort
Als je tot hier hebt gelezen dan heb je 923 woorden geteld. Ik probeer de blog tot max 1000 woorden te maken. Maar ik heb altijd, altijd, altijd veel meer woorden.

Ik ben van het team ‘lang-van-stof’ en ik besteed dan ook behoorlijk wat tijd met ‘kill your darlings’. Maar onderstaande foto, van mijn nieuwe naaldstoppers wilde ik perse nog even met je delen. Zie nu, zo leuk! Gescoord bij ‘Selden Sa‘.

Slotgroet


Kalm an, be kind & take care,
Lieve groet uit het mooie Olpae.
(En tadaaaaaa….966 woorden!)

de paden op

‘Light over you’, van de Nederlandse singer-songwriter Janna Baerends. Een liedje over hoop, troost en vertrouwen.

Op pad
We waren op pad met onze bus en wandelden 159.4 km.

Dat betekent:
1. We houden van wandelen.
2. We stonden op plekken met veel paden om te wandelen.
3. We hadden prachtig weer om te wandelen.

Hieronder de plaatsen waar we kampeerden. Blauw aan het water, groen in bos/heide gebied.

We begonnen onze reis aan de waddenzeekust, altijd fraai!

Hier schreef ik er al over. Toen stonden we ook op Zwarte Haan en op Lauwersoog.

Hieronder foto’s vanuit Grûn.

Bij de Dollard, ook zo’n mooi gebied en daarna stonden we nog aan de Rijn, op de grens bij Spijk. Zo zag ons uitzicht eruit, vanuit ons bed! Dank aan onze handrem.

Maar de meeste wandelingen gingen door bossen, over heide en zandverstuivingen.

Wanneer we zo struinden over de grote stille heide, dan moest ik steeds denken aan dit liedje:

Dit liedje loopt overigens niet goed af, maar dat zal ik je besparen. Voor de nieuwsgierigen onder ons, hier een link naar de volledige tekst.

We logeerden bij de boswachters van Staatsbosbeheer. Het is een clubje, nu ben ik van een inclusieve samenleving en niet van de clubjes, maar hey, voor de boswachter maak ik graag een uitzondering.

Deze kampeerplaatsen bevinden zich midden in de natuur. Hier geen felgekleurde vlaggen, hoge hekken, automatische slagbomen of nachtverlichting. Nee, de hekken moet je zelf openen en achter je weer sluiten en de nachten zijn er pikkedonker!

Onze bus
We hebben een kleine bus (hoogte 2, lengte 2), een Citoën Jumper, gekocht als bedrijfsbus in 2019. Jan maakte er zelf een camper van. Met veel (open gaande) ramen, da’s zo fijn.

Afgelopen winter heeft Jan er nieuwe kastjes in gemaakt. Ook zit er nu aan elke kant van het bed een stopcontact. Jan heeft veel handige handigheidjes in de bus gemaakt. Zo heeft Douwe onder het rijden een goede en veilige plaats tussen ons in.

In onze bus hebben alle spulletjes een vaste plaats. Het bed is opgemaakt, de koffiebus staat gevuld op zijn plankje en ook het koffiezetapparaat heeft zijn plekje.

Doordat alles zo zijn vaste plek heeft is het altijd netjes aan boord. En daardoor zijn we ook heel flexibel: voordat we weg rijden hoeven we maar een paar handelingen te doen.
1. Koffiezetapparaat in het keukenkastje zetten. 2. Stoelen draaien. 3. Douwes stoeltje ertussen zetten. 4. Eventueel stroomkabel oprollen.

Alhoewel: We hoeven voor één nachtje ergens staan geen stroom, want: zonnepaneel. Maar voor wat vaker koffiezetten bij bewolkt weer is wallstroom, zoals dat heet, toch wel handig.

En dat snoer opruimen? Nee, dat doen we niet op de ‘we zijn er bijna’-manier hoor! Een ieder die het programma kent, kent ook die tentoongestelde kneuterigheid.

Anyhow, mijn motto voor reizigers is echt: wat je thuis laat is mooi meegenomen! Geen overbodige kopjes, pannen, of weet ik wat meer. Gewoon alles op zijn plaats.

Nu we er toch zijn
Ik bezocht twee mooie handwerkzaken op onze trip. De eerste in Sint Annaparochie. Vijf jaar terug, ook op een busreisje, bezocht ik deze winkel al eens.

Er is veel veranderd in deze yarnshop: zowel de inrichting als de eigenaresse. ‘Lientjes garenhuis‘ is nu van Jacqueline Hiemstra. Een uitgebreide handwerkzaak met voor ieder wat wils. Ik hou ervan, dat je naast ‘geiten-wollen-sok-garen’ ook de ‘leuke-kleurtjes-sokkengarens’ kunt vinden. En veel andere wolletjes & fournituren.

Wat een mooie snoepwinkel. Heerlijk om er even rond te kijken. Ik kocht twee sokkenwolletjes. Eén ervan is in kerstkleur: leuk om in juni mee te breien!

Ook bezocht ik ‘Selden Sa‘ in Eastrum. Deze wolwinkel zit in een voormalig café. Een gezellig ingerichte zaak. De bar en tap zitten er nog in.

Hier voeren de wat luxere garens de boventoon.

En, heel grappig, hier en daar zitten de knuffeltjes van ‘Zij maakt het‘ je vriendelijk aan te kijken. Zo ook varkentje Knor! Die kende ik nog niet. Dus meteen ook maar het patroon van dit biggetje gekocht. Ook gigaleuke naaldstoppers. En, jawel ook een sokkenwolletje, voor sokken die ik deze reis al opzette.

Work in progress
Ik had drie handwerkjes mee, ik vind het fijn wat te kiezen te hebben. Maar de grap is dat ik tijdens onze reisjes toch kies voor een sokkenbreitje.

Zoals deze sokken. Voor Janlief. Van een prachtig garen van Lang Yarns.

Die blauwe stukken vallen precies op het been en de voet. Dat is echt een breigelukje!

En dat ik beide sokken hetzelfde breide, dat is een kwestie van het juiste punt vinden waar je in sok 1 ook bent begonnen.

Deze sokken vallen wel in de categorie ‘zondagse-sokken’ door het luxe kleurverloop!

En toen deze sokken voor Jan af waren zette ik een nieuwe paar op, met garen van ‘Selden Sa’.

Zie nu, zo leuk dit garen ook op-breid!

En zo kwamen we weer thuis met een bus vol vieze was & schone herinneringen.

Slotgroet


Kalm an, be kind & take care,
Lieve groet uit het mooie Olpae.

diamanten en rozen

Titel: ‘Diamonds & Roses’ van Kingfishr.

De drie mannen Eddie Keogh, Eoghan McGrath en Eoin Fitzgibbon vormen samen Kingfishr. Ze kennen elkaar van hun studietijd in Limerick, Ierland. Het is een Indie Folkband, opgericht in 2022.

Nu lijkt de mooie en lage stem van Eddie niet direct op het geluid van het ijsvogeltje dat juist uitzonderlijk hoog is. Toch werd voor deze naam gekozen.

Het vogeltje staat voor rust, focus en schoonheid in de natuur. Thema’s die dan wel weer goed passen bij hun vrij dromerige, folkachtige sound.

Ze lieten de ‘e’ eruit. Dit maakt de naam uniek en dus makkelijker online te vinden.

Niet alleen in Ierland is dit prachtige vogeltje te spotten. Afgelopen maand zag ik meerdere malen één over het water scheren tijdens de walkies hier.

(foto’s: Ruurd-Jelle van der Leij)

Acer Cardigan
Ik had nog wat bruinachtig garen in mijn stash. Jaren terug gekocht bij de Zeeman. 10 bollen want ik had toen nog maat XXL. Nu was ik toe aan een ‘slowknitting-project’. Gewoon iets waar ik een tijdje zoet mee ben. 

De Acer Cardigan stond al een tijdje op mijn verlanglijstje. Een lace/kabel patroon. Lijkt me leuk om te breien én zinvol om aan mijn garderobe toe te voegen.

Mijn proeflapje = 21 op 10 cm met pen 4 mm. Patroon geeft aan 20 steken op 10 cm met pen 4 mm. Wisselen in naald was geen optie, dan werd de textuur te los.

Mijn verschil qua gauge = -5%. Dan kom ik uit bij de middelste maat, die van 38 inch = 97 cm, want dat wordt dan 92 cm. Prima, zo groot is de borstomvang van een vestje wat mij goed past. 

Ik kan me niet herinneren dat ik vroeger ook zo zat te rekenen op de maatvoering.

Sinds ik 14 jaar was brei ik truien. Als ik er over nadenk deed ik toen maar wat, en weet je, het kwam eigenlijk altijd goed. Ik moet toegeven, de mode was toen echt oversized! Een paar cm meer of minder deed er gewoonweg niet toe.

En deze nieuwe ‘cast-on’? Wordt vervolgd.

Throwback
Ik was tiener, want ik woonde nog bij mijn ouders, toen ik deze trui maakte. Inbreien, de techniek die intarsia heet. Maar die term kende ik toen nog niet.

Ik had het breipakket gekregen van mijn moeder. Het kwam van de ‘Muizelaar’, een handwerkzaak in het duurdere segment. Het witte en lichtgrijze garen was angora, ja… het wolletje van een konijn. De roze was mohair.

Nee, zo’n project was niet in een maand klaar. Ik deed er vast wel meer dan een jaar over. Ik had niet veel breitijd destijds want: verkering, school, huiswerk, stages, sporten en bijbanen.

Ik stond er totaal niet bij stil hoe lang ik erover deed destijds. Het was gewoon leuk om eraan te breien, toer voor toer. Punt.

Het patroon? Twee A4-tjes! En ik breide dit gewoon!

Snel, sneller, snelst
Tegenwoordig wordt zo’n project benoemd als slowknitting. Die term en alles met slow bestond toen nog niet, het leven was ‘gewoon’ en nu zouden we het als slow benoemen.

Eens per maand kwam het mijn lijfblad de ‘Ariadne’ uit, dan had je verse patronen waar je je helemaal in kon verliezen. Om vervolgens weer een maand te moeten wachten op een nieuwe uitgave.

Nu scrollen we Ravelry af, soms zelfs op de wc, om een mooi patroon te spotten. We bestellen in bed dat prachtige patroon en dan reken je, zonder je warme nestje uit te komen, af met PayPal. Easy en supersnel want het patroon zit gelijk in je mailbox!

En een steekje wat je niet kent tik je in op YouTube, en viola, een medemens legt het geduldig aan je uit! En dat anderstalige patroon, daar zet je Google-translate op. Niet meer met je breiwerk onder de arm naar je moeder voor uitleg. Nee, per direct worden we gewaar wat we moeten doen.

En echt, ik ben er al zo aan gewend dat ik eigenlijk ook niet anders meer zou willen. 

Slowknitting
Alhoewel de wereld om ons heen, op alle fronten snel, sneller, snelst gaat, gaat dat met breien niet op.

Breien is een vorm van slowcraft. Als een soort mind-set. Het maakt dat je er relaxed van kunt worden, rustig & zen.

Ik denk dat alle breiwerkjes slowknitting zijn. Steekjes brei je één voor één, met de nodige aandacht en vaardigheid. Alle breisels vormen zich dan geleidelijk aan tot een trui, vest of muts. Een langzaam maar toch groeiend proces. En dat proces is net zo belangrijk als het resultaat.

Breien is een ambacht waarbij aandacht, tijd en betekenis belangrijker zijn dan snelheid en productie.

Ik brei een paar sokken in 12 uur (exacte breitijd). Toch valt dat ook echt onder de noemer ‘slow’. Want in de praktijk betekent dat zo’n project een maand (of langer) loopt. Niet dat ik langzaam brei, zeker niet. Maar ik brei, ook zo’n sok, met aandacht, geduld en stop er bij elke steek ook nog wat liefde in.

Bij slowknitting vraag je je eerst af of je die trui of dat vest nu echt nodig hebt. Maar dat is voor de meeste breisters no issue. Immers je wil toch graag een vest breien wat nog perfecter zit dan de vorige vesten die je breide. Of juist nu dat ene duurzame wolletje gebruiken, of juist dat patroon. 

Slowknitting zegt ook iets over keuzes die je maakt. Dan denk je misschien gelijk aan termen als non-superwash, mulesing-vrij en lokaal geproduceerde garens. Hier is wel een nuancepunt: Ik heb er geen moeite mee om een vest te maken, in dit geval, van ‘gerecycled’ garen van de Zeeman. Want hey, het zat al in mijn stash, dus dubbel duurzaam! 

Over Zeemangaren: zo heb ik sokkengaren à 3.69 en echt, die sokken zijn zo sterk! Nee, ik wordt niet gesponsord door de Zeeman, maar ben stiekem wel een fan.

Dit ‘Reva’-garen is gerecycled polyester van oude PET-flessen (100% eco recycled acrylic). Dat was één van de redenen van aanschaf destijds. Ook de kleur vond (en vind) ik mooi en voelt ook fijn aan. Thumbs Up!

Walkies

Slotgroet

Kalm an, be kind & take care,
Lieve groet uit het mooie Olpae.

everything looks worse in black and white

Liedje: ‘Kodachrome’ van Paul Simon, hier gecoverd door de Française Margot Cotten.

Het is een liedje uit 1973, over hoe we het verleden vaak mooier inkleuren dan het was. Net als een foto met diepere kleuren. Herinneringen worden als het ware mooier ‘gefilterd’.

Iets met de waard en zijn gasten
‘Je bent steeds een ander persoon bij iedereen die je ontmoet. Voor sommigen ben je stil, voor anderen stop je nooit met praten. Sommigen herinneren je om je vriendelijkheid, anderen om de keren dat je wegliep. Je bent een boef in iemands verhaal, een held in dat van een ander. En voor de meesten ben je slechts een voorbijgaande gedachte, een naam die ze ooit kenden.’

Het bovenstaande laat zien dat ieder mens jou ziet door zijn eigen bril.

“Hoe de waard is, vertrouwt hij zijn gasten” ofwel mensen beoordelen de ander vaak vanuit hun eigen karakter, hun eigen ervaringen en hun eigen tekortkomingen.

Je kunt dus nog zo je best doen om aardig gevonden te worden: behulpzaam zijn, klaarstaan voor anderen, integer handelen. Maar als je dat doet om een bepaald beeld bij de ander af te dwingen, kom je van een koude kermis thuis.

(Blauwe druifjes)
Je hebt simpelweg geen controle over hoe iemand jou interpreteert. De ander kijkt door zijn eigen geschiedenis, aannames en verwachtingen. Dat is onvermijdelijk.

Wat wél telt, is of jij je eigen handelen voor jezelf kunt verantwoorden. Dat je probeert het goede te doen, niet om applaus, maar omdat het klopt voor jou.

(Speenkruid)
Ik geloof echt dat de meeste mensen van nature het goede willen doen. Het lievelingskopje dat je laat vallen, het vergeten van iets heel belangrijks, een onhandige opmerking, dat gebeurt echt niet uit kwade wil, maar per ongeluk. Mensen zijn nu eenmaal onhandig en we maken ook allemaal fouten.

Dus wanneer iemand op die manier jou de maat neemt, beoordeelt op je onvolkomenheden, zegt dat meer over de ander dan over jou.

Als ikzelf maar weet dat mijn intenties oprecht zijn, als ik maar weet dat ik mijn stinkende best heb gedaan, dan is dat genoeg. Hoe de ander dat ook be(voor)oordeeld.

Still knitting socks
Toen ik onlangs aan Robin vroeg wat hij voor zijn verjaardag wenste kwam daar een oprecht antwoord: Iets zelf-gemaakt! Hij doelde op zelf gebreide sokken.

Heerlijk toch, zo’n antwoord! Zijn lievelingskleur is nog steeds blauw dus in die kleur ging ik aan de brei.

Robin werd 11 jaar. En hij loopt al op maatje 40.

Met het mooie voorjaarsweer heb ik er zelfs buiten aan kunnen breien.

Een paar zelf gebreide sokken, met in elk steekje wat aandacht en liefde voor onze bonuskleinzoon Robin.

Slofjes
Voor zijn kleine broertje maakte ik een paar slofjes. Het vorige paar wat ik voor hem maakte was al van januari vorig jaar.

Noah had ze aan toen hij hier met zijn papa was van de week. Eigenlijk iets te klein maar de slofjes voldeden zo goed met die koortjes. En dat was te zien: Noah heeft er veel plezier van want de slofjes hebben hun beste tijd wel gehad.

Dus maar gauw een nieuw paar gebreid, ietsjes groter.

Patroon van Femmie. Je breit deze slofjes, heen en weer. Aan één stuk. Aan achterkant en onderkant een naadje.

Garen van de Zeeman: Royal.

Naaldjes 3.25 mm.

En als we dan toch bezig zijn…

Voor Féline, onze jongste (bonus-)kleindochter, ook maar een paar gemaakt!


Ravotten
Sky en Douwe kunnen zo enorm hard rennen!

Het is geweldig om de honden zo full speed ahead te zien gaan!

Sky is een lief hondenmeisje, een Australian Shepard. Ze is van het gezin van onze oudste (bonus-)dochter.

Halfvol of half leeg?

‘Als ze mij vragen of mijn mok half vol of half leeg is, is mijn antwoord dat ik dankbaar ben dat ik een mok heb’.

Slotgroet

Kalm an, be kind & take care,
Lieve groet uit het mooie Olpae.

dippin’ my toes in the linn


Titel uit ‘The Glen’ van John Garraty. Een vrolijk liedje en sinds kort ook op het repertoire van ons koor. Heerlijk om te zingen!

Het is al een oud liedje maar de laatste tijd werd het populair door TikTok in de versie van Levi Heron.

(foto’s: Sleedoorn)

Een mooie natuurlijke vallei in Schotland wordt ‘glen’ genoemd. Maar staat ook als metafoor voor een plek waar je tot rust kan komen, en dus een plek waar je dan weer opnieuw op kan bloeien. Energie kan vergaren.

Met andere woorden, je hoeft niets groots te doen om je beter te voelen. Verbinding met de natuur en kleine geluksmomentjes nu, zo in de lente, kunnen helpen om je weer levendig te voelen!

Dus dip je tenen maar lekker in het water! Linn = diepe poel in het Schots. En dat staat symbolisch dan weer voor zuivering.

Dropje
Zoonlief appte me: ‘Ninte mag ’s ochtends altijd eventjes kindertijd kijken, daarna komt ‘Dropje‘ dat is een knuffeltje dat is gebreid!’

Op dat laatste woord ging ik natuurlijk giga-aan.

Even uitleggen: Dropje is het hoofdpersonage in een peuterserie van de NTR. Ninte (1 jaar) is nog van de leeftijd TikTak, niet te verwarren met TikTok, hahaha!

Dropje is een, in het echt, gebreid figuurtje van wol. In de serie komt het poppetje tot leven. Dat doen 2 tot 3 poppenspelers. Ze bewegen de pop met stokjes, een techniek die veel lijkt op het poppenspel zoals in Sesamstraat. De poppenspelers worden later digitaal uit beeld gehaald, zodat het lijkt of Dropje echt zelf beweegt.

De pop is ontworpen en gemaakt door een professioneel team van poppenbouwers. En Dropje is zo schattig dat ik er ook één wilde breien. Ik vond op de NTRsite zowaar een breipatroon van Dropje.

Maar dat patroon wordt ‘plat’ omschreven, dus heen en weer gebreid. Maar zo krijg je overal naden.

Ik koos mijn eigen koers en breide armen, benen, lijfje en koppie in het rond. Zo ook de gele helft van de oren. Het grijs van de oren is het enige wat heen en weer gebreid is.

Voor de vorm van het neusje gebruikte ik een houten kraal en de oogjes zijn veiligheidsoogjes die ik met draadjes in het lijf heb getrokken voor de vorm van het hoofdje.

Ik heb een ‘nep’ zakje gemaakt door een randje te haken op het lijfje. Jammer genoeg kan mijn Dropje geen veertjes of zo in haar zakje kwijt.

Het was een uitdaging om Dropje te breien. Steeds weer kijken naar originele foto’s om het enigszins gelijkend te krijgen. Zo leuk om het langzaam onder mijn handen te zien ontstaan, dit lieve poppetje!

Garen: Zeeman Royal (oker en grijs)
Naaldjes: 3.5 mm

Soms, heel soms voel ik me net Catootje, ja, die van de Botermarkt. Zij kon maken wat zij wou (4x).

Podcast
Ik wandel veel. Nu de dagen langer worden tik ik toch vaak de 10 km per dag wel aan.

Zo lopend door de omgeving luister ik graag een podcast. Ik heb 4 favorieten.

Twee podcasts met handwerkgerelateerde content, heerlijk! Ook de podcast van Aaf Brandt Corstius en Lies Visschedijk is leuk, die gaat over gesprekjes tussen deze twee vriendinnen. Die van Plien van Bennekom en Bianca Krijgsman is echt mijn lievelings.

Ik moet vaak hardop lachen onder het lopen. Plien en Bianca noemen zich de Provinfluencers want, zo vinden zij, doordat alle influencers in de stad wonen verdwijnt de provincie uit het zicht. Daarom werpen Plien en Bianca, beide woonachtig op het platteland (en bekend van de plattelandsserie Zaai) zich op om de provincie te influencen.

Toevallig waren deze dames ook te gast bij ‘Carry op Vrijdag’ op NPO1.

Ik luister al deze podcasts op Spotify, heel handig. Jan en ik delen een account.

Wanneer Jan op pad gaat mag hij ook graag naar Spotify luisteren. Niets vermoedende valt deze motorman dan zo in een gesprek met dames die enthousast babbelen over draadjes, wol en breitechnieken. Maar Janlief behoort niet echt in de doelgroep van het Wolatelier!

Een oplettende kijker zal het opvallen: Jan heeft Ducati-rood ingeruild voor het KTM-oranje.
Een KTM 1290 Adventure. Mijn prins heeft geen 1 (oranje)paard maar wel 160!

En ik pas hier ook prima achterop. Plannen zijn gemaakt om samen de vrijheid op te gaan zoeken. Een mooi vooruitzicht.

Buiten
Met elke wandeling in de natuur ontvang je meer dan je zoekt.
J. Muir


Slotgroet

Kalm an, be kind & take care,
Lieve groet uit het mooie Olpae.

drie kleine vogeltjes

Titel uit ‘Tree little bird’ van Bob Marley. Hier gecoverd door de Amerikaanse band Maroon 5.

De drie kleine vogeltjes in de morgenzon symboliseren hoop en een positieve boodschap. Een liedje over vertrouwen en optimisme.

Sickengabos
Achter de kerk in Wolvega ligt een diepe tuin. Het hoorde bij een groot huis aan de van Harenstraat. De laatste bewoonster was juffrouw Jeannette Aleida Sickenga (1850-1950).

De juffrouw was een rijke ongehuwde dame die bekend werd om haar grote filantropische bijdrage aan de maatschappij en aan de kerk & sociale zorg in het bijzonder.

Daarvoor werd ze in 1938 benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau en later zelfs bevorderd tot Officier.

De dominee zei destijds: ‘Wanneer de juffrouw een man was geweest, was ze zeer zeker minister geworden.’ Sickenga was erg geliefd.

De dagelijkse 20 liter melk van de koeien die achter de tuin stonden gaf ze aan de dorpskinderen. (1930)

Juffrouw Sickenga stierf toen ze 100 jaar en 100 dagen was. Ze liet haar huis en de tuin na aan de Hervormde Kerk Wolvega.

In de tuin stonden twee grote verwarmde broeikassen waarin druiven groeiden, tomaten en tropische bloemen. Best bijzonder in de vroege jaren van 1900.

Ook stond er een koetshuis. Mijn vader huurde dit in de jaren ’70 van de vorige eeuw. Hier stonden zijn kar, oud papier voor de school en ook mijn schommel. Vandalen staken het in brand, ja, mijn schommel was toen ook weg.

Op de plek waar dit koetshuis stond maakte mijn vader een bloementuin.

Pa timmerde graag. Zo maakte hij een brug in het Sickengabos.

Hij gebruikte balken uit de korenmolen de Windlust van Wolvega.

De brug is nu vervangen door een nieuwe, maar het bordje is bewaard gebleven.

Ook maakte hij het prieeltje in het bos.

Pa zag op een oude foto dat er ooit een prieeltje in de tuin stond, dus dat wilde hij er weer neerzetten.

Maanden timmerde hij eraan.

Er was gisteren in het nieuwsprogramma Hjoed van Omroep Fryslân een item over het Sickengabos (bij minuut 6:40), en het prieeltje kwam ook voorbij. Zo leuk!

Groene vingers
Mijn vader hield ook van tuinieren: hij had die tuin, bij het bos vol dahlia’s staan.

Met veel zorg liet hij de bollen overwinteren en daarna, in het voorjaar, opnieuw te planten. Om dan in de zomer van de uitbuidige kleuren pracht van de dahlia’s te kunnen genieten.

Mijn schoondochter Afke heeft ook groene vingers én een tuin vol dahlia’s zomers, zo mooi!

Toen Afke me vroeg wat ik voor mijn verjaardag wenste, vroeg ik om dahlia-bollen. En van de week kwam de pakket bezorger een zware doos afleveren. Mijn verjaardagscadeau!

Dahliabollen van FAM Flower Farm. Dit is gecertificeerd biologisch bedrijf uit Lisse, duurzaam dus. Hier word ik, lettend op mijn footprint, dan ook wel erg blij van.

Nu nog even geduld met de bollen dus, om ze in april/mei in de grond te zetten. Ik heb al een fijne zonnige plek bedacht in de tuin waar ze tot bloei mogen komen. Een mooi vooruitzicht!

Dahlia’s zijn toch wel mijn lievelingsbloemen. Het zijn sterke uitbundige bloeiers in de mooiste kleuren.

Haakwerk
Op internet zag ik bij Jorina van de Haakbubbel het ontwerp van een prachtige gehaakte deken, jawel een dahliadeken!

Tot mijn verrassing had J. deze ook gespot en mij het patroon cadeau gedaan. Zo lief!

Ik heb nog voldoende garen liggen om te starten. Deze deken staat dan ook hoog op mijn to-make-list. Dan wel in iets meer dahliakleuren (zie hieronder) van ontwerpster Lucy van Attic24.

Work in progress
Op breigebied even niet zo heel veel te vertellen. Niet dat mijn naalden stil staan, zeker niet. Waar ik mee bezig ben kan ik nog niet tonen. Maar geloof me, ik heb er veel aardigheid aan.

Je zult het vooreerst nog even met deze ‘stockfoto’ van mijzelf moeten doen.

Sinds dit jaar heb ik nog maar drie ‘work-in-progress’, ofwel: drie werkjes op de pennen. Heel overzichtelijk en dat voelt wel fijn.

Viooltjes

‘Neem-je-moeder-mee-naar-het-werk-dag
Van de week mocht ik met zoonlief mee naar zijn werk, altijd leuk met zijn baan in een theater.

We zagen de voorstelling van Tim Knol. Geweldig genoten!

Spreukje


Slotgroet

Kalm an, be kind & take care,
Lieve groet uit het mooie Olpae!

stel je eens voor

Imagine.

Wandeling in de lentezon.

De vogels fluiten er lustig op los.

En de zon straalt aan de hemel.

De natuur ontluikt, wat er in de wereld ook gebeurt.


Vestjes
Afgelopen herfst kocht ik een patroon van Het Breimeisje. Sylvie, de ontwerpster achter het Breimeisje, heeft het talent om een patroon zo uit te schrijven dat iedereen die tenminste recht en averecht kan breien ermee uit de voeten kan.

Met wat bollen Julia van de Zeeman ging ik aan de slag.
Doel: 3 dreumes vestjes.
2 in maatje 86/90 en 1 in maatje 74/80.

Het patroon is echt een feestje om te maken.

En een hoera momentje: het steken-aantal kwam precies uit! 14 steken is 10 cm. Naald 5 mm.

Eerst breide ik een jasje voor onze Noah.

Ik had 3 bollen Julia voor maatje 86/90 nodig.

Natuurlijk ging het niet in één keer goed. En dat geeft niets, tenslotte maak ik zo’n fout niet met opzet. Weet: dit lag aan mij, niet aan het patroon!

Voor Féline koos ik een beige kleur. Ik had helaas bollen met verschillende verfbaden.

Ik koos ervoor om de capuchon in de iets donkere kleur te breien en de mouwen in streepjes te doen.

Het pakte wel goed uit.

Het vestje voor Ninte deed ik met beige en wolwit. Ook hier koos ik voor streepjes.

Hieronder het resultaat. Dit patroon zal ik vast nog wel eens breien. De houtje-touwtje knopen maken het echt af.

Knopenbies
Ik heb zowel meisjes als een jongens sluiting gemaakt. Het verschil in knoops-sluiting tussen mannen- en vrouwenkleding stamt uit historische tradities.

Vroeger lieten de rijkere dames zich aankleden door een dienstmeisje. Omdat de meeste mensen rechtshandig zijn, was het makkelijker voor de hulp om de knopen aan de linker kant te bevestigen. Mannen daarentegen kleedden zich zelf aan. En dus zaten de knopen rechts, zodat ze makkelijker dicht en open te maken waren.

(Foto: Ninte)

Verwennerij
Ik kreeg nog een verlaat verjaardagscadeau van zuslief. Een door zus gemaakte, heerlijke warme, drie-hoek sjaal. Echt zo zacht!

En een prachtig projecttasje met ook nog een heel mooi handdyed sokkenwolletje. Grappig opschrift: ‘Not just for socks’!

Zo fijn ook: een zus met een zelfde passie.

Gedachtenis

Mijn vader wist dat hij hier niet kon blijven. maar wel iets achter kon laten. Daarom plantte hij gele krokussen, voor onze moeder. En nu leeft zijn liefde in deze kleine gele bloemen voor altijd voort.

Slotgroet

Kalm an, be kind & take care,
Lieve groet uit het mooie Olpae!

maybe we’ll get forty years together

Titel uit ‘If we were vampiers’ van Jason Isbell, hier gecoverd.

Stel we waren vampiers en dus onsterfelijk, zou dan de liefde minder intens zijn? Juist omdat onze tijd samen beperkt is, krijgt die meer waarde.

Een lied over vergankelijkheid als reden om dieper lief te hebben. Het is zo’n liedje waarbij de tijd even stil lijkt te staan.

It’s knowing that this can’t go on forever
Likely one of us will have to spend some days alone
Maybe we’ll get forty years together
But one day I’ll be gone
Or one day you’ll be gone

Klokkenmaker
Er was eens een meisje dat niet wist wat wachten was. Als ze dorst had, wilde ze onmiddellijk water. Als ze een idee had, moest het direct uitgevoerd worden. En als ze iets niet begreep, dan kon ze er niet tegen dat het antwoord nog even op zich liet wachten.

Ze leefde in een wereld vol schermen en knoppen, vol klokken en agenda’s, vol snelheid en geluid. Alles moest nú. Alles was urgent. Alles was altijd ‘aan’.

Maar diep van binnen voelde ze zich moe. Niet van rennen of springen, maar van het voortdurend zoeken naar iets wat nooit leek te komen.

Op een dag liep ze zomaar een oud bos in. Ze wist niet waarom. Ze had geen route, geen doel, geen tijd.

De bomen waren hoog en krom, alsof ze ouder waren dan alles wat ze ooit had gezien. Ze fluisterden zachtjes in de wind, woorden die ze niet kon verstaan, maar die haar toch raakten.

In het hart van het bos stond een houten huisje met een bordje:
“Hier woont de klokkenmaker die geen tijd maakt.”

Nieuwsgierig klopte het meisje aan. De deur ging open. Daar stond een oude man met witte wenkbrauwen als mist.

“Ik ben op zoek naar tijd,” zei het meisje.
“Wat voor tijd?” vroeg de klokkenmaker.
“De tijd die alles meteen oplost,” zei ze.
“Ah,” glimlachte hij. “Die tijd bestaat niet. Maar ik heb wel iets anders voor je.”

Hij nam haar mee naar een kamer vol klokken. Grote klokken, kleine klokken, klokken met sterren en klokken met bladeren… maar geen enkele klok had wijzers.

“Wat heb ik aan een klok zonder wijzers?” vroeg ze ongeduldig.
“Het is geen klok zonder tijd,” zei hij. “Het is een klok die jouw haast niet nodig heeft.”

Ze fronste haar wenkbrauwen.
“Luister goed,” zei hij. “Soms is wachten geen verlies van tijd, maar het groeien van iets dat jij nog niet kunt zien.”

“Zoals wat?”
“Zoals een zaadje dat denkt dat er niets gebeurt, terwijl het al wortel schiet.”

Het meisje werd stil. Voor het eerst in lange tijd. De woorden daalden langzaam in, als sneeuw die valt zonder geluid.

Ze koos een kleine klok uit, eentje met mosgroene randjes en een maan in het midden. Ze nam hem mee naar huis en zette hem op haar nachtkastje. Elke ochtend keek ze ernaar. Elke avond ook. En telkens herinnerde de klok haar eraan: niet alles hoeft nú.

Langzaam begon haar leven te veranderen. Ze ging vaker wandelen zonder bestemming. Ze stelde vragen zonder meteen een antwoord te eisen. Ze keek naar anderen met zachtere ogen. En als iemand verdrietig was, bleef ze gewoon stil naast hen zitten. Niet om het op te lossen, maar om erbij te zijn.

En op een dag, terwijl ze onder een boom zat en luisterde naar de wind, wist ze het ineens:

De dingen die er het meest toe doen, groeien niet onder druk, maar in stilte. In ruimte. In vertrouwen.

We leven in een tijd die alles versnelt, maar sommige dingen laten zich niet opjagen: liefde, rouw, inzicht, vertrouwen, herstel. Wie leert luisteren naar de tijd zonder wijzers, leert leven in het ritme van het hart.

Reflexie
Dat ongeduldige meisje had ik kunnen zijn. Ook ik vind wachten zeer irritant, ook ik wil direct en meteen antwoord op al mijn vragen. Maar ook ik wil graag leven in het ritme van mijn hart.

Ik las deze tekst ergens, en ja het is zo waar dus ik dacht ik deel ik het even met je.

Illustraties: Rien Poortvliet (1932-1995)

Een horloge mét wijzers
Op mijn tiende verjaardag kreeg ik van mijn ouders een horloge. Een Pontiac damesklokje met mijn naam gegraveerd aan de achterkant. Het was een traditie in ons gezin, op onze tiende een horloge te krijgen. Ik was er zo trots op!

Het horloge droeg ik dagelijks. Tot ik als doktersassistente aan de slag ging. Toen kocht ikzelf een (Hema)horloge met secondewijzer. Dat was voor mij handiger, ivm meten van de hartslag bij patiënten.

Het ‘oude’ klokje verdween in mijn sieradenkistje. Laatst wond ik het horloge weer eens op, het tikte wel maar gaf de juiste tijd niet meer aan. Ik vond op internet een horlogemaker en die heeft het klokje voor mij gemaakt. Ik kocht er een mooi leren bandje bij en nu, meer dan een half leven later, kan ik het horloge weer dragen. Ik ben er zo blij mee!

Het mooie van dit klokje is dat het een mechanisch uurwerkje heeft wat een heel leven lang meegaat. Ik hou ervan!

Stil knitting socks
Mijn lopende werkje: Een mooi wolletje voor een heerlijk paar herensokken. Streepjes breien, het blijft leuk

And… DONE!

Wolletje: Regia Teenage Color kleur: 5715 gecombineerd met restje 4-ply lichtblauw. 64 steekjes, 20 toer boord, 60 toer been en 70 toer voet tot teen. Hollandse hiel. 2.25mm naaldjes Zing van KnitPro

Sokkengarendeken
Bij alle sokken die ik brei houd ik een restje garen over en al helemaal wanneer ik een contrast kleur gebruik voor hakken en tenen. Van bovenstaande paar had ik 29 gram over.

Deze restjes gebruik ik in een deken. Ik begon er in 2024 mee.

Daarvoor had ik ook al eens zo’n deken gemaakt. Maar die werd aangevallen door de motten. Ook de toen nog klaar liggende restjes zagen de motten als een ‘all-you-can-eat-restaurant. Ja, zo raak je snel door je restjes sokkengaren heen. 🙈

Sokkengarendeken: 55 steekjes, naaldjes 2.25, 5.36 gram per vierkantje.

Us Douwe

Slotgroet


Kalm an, be kind & take care,
Lieve groet uit het mooie Olpae!

Vorige Oudere items