Mijn eerste auto is een groene Austin Seven.
Aangeschaft van mijn gespaarde geld om onder andere een flat
van te kunnen inrichten.
Aangezien de trouwplannen op het laatste nippertje niet
doorgaan wordt de flat afgezegd en zet ik mijn kapitaaltje om in een
tweedehands auto, die volgens mijn broer: ‘Loopt als een tiet, dus koop dat
ding nou maar.’ Hij weet blijkbaar wat ik nodig heb op dat moment.
Mijn leven krijgt een andere wending dan ik me heb
voorgesteld. Lang treur ik niet, ik besluit er het beste van te maken en stort
me met mijn autootje in het vrijgezelle leven.
In plaats van een complete flat vind ik een leuke
bovenverdieping en richt die met de rest van het spaargeld geheel naar mijn
eigen smaak in.
Na verloop van tijd verhuis ik naar Groningen en de Austin
doet dienst als verhuiswagen, dat kan makkelijk want voor ik daar geschikte
woonruimte heb gevonden moet ik eerst weer mijn intrek nemen in een kleine
kamer in het zusterhuis van het ziekenhuis waar ik ga werken.
Alle meubilair gaat in de opslag. Vanwege die kleine
behuizing vlucht ik alle vrije dagen naar moeder’s pappot of vertoef bij
vrienden en kennissen elders in het land. Met andere woorden de Austin maakt
flink wat kilometers bovenop het aantal wat dit ouwetje al heeft gelopen. Het
zusterhuis heeft het voordeel dat ik weinig huur betaal en dus is het sparen
geblazen voor het geval de Austin het begeeft en om eventuele grotere
woonruimte te kunnen inrichten.
Het eerste gebeurt sneller dan me lief is. Mijn trouwe
metgezel krijgt de kuren van een bejaarde auto en mijn broer, met zijn verstand
van zaken, adviseert me naar een andere auto uit te kijken voordat deze
helemaal ter ziele is en geen cent meer oplevert bij inruil.
En zo doe ik de Austin Seven met bloedend hart van de hand
en stap in een knalrode nieuwe Morris Minor, waar ik jaren bevriend mee raak.
Daarna heb ik Renault, Suzuki en Citroën gereden, maar die groene Austin Seven
was toch het leukste karretje.
foto internet