Hard van stapel
’s Avonds zet Chris zijn
virtuele reis door Portugal voort. Bij foto’s van het Dourodal gaat zijn hart
sneller kloppen. De rivier slingert zich door het landschap met aan weerszijden
de hellingen met wijnranken in terrassen opgebouwd. Hij leest over de
geschiedenis van de wijnen en de port. Een wereld die hem totaal vreemd is,
maar tot zijn verbazing bovenmate boeit. Op het kladblok naast de computer
noteert hij Dourodal, Vila Real. Die streek gaat hij in elk geval verkennen.
De volgende dag belt hij met de geldschieters in Rijswijk. Hij krijgt de keus uit drie
data. Chris kiest de eerste. Vrijdagmiddag zijn hij en Gert welkom.
In de schoenenwinkel van Gert
en zijn vrouw Janneke is het rustig. Janneke staat schoenendozen te prijzen als
haar zwager binnen komt lopen.
‘Ha, Chris kom je een paar
chique van Bommels kopen? Ik heb net gisteren nieuwe voorraad gekregen.’
‘Als jij Gert vrijdagmiddag
vrijaf geeft om met mij naar Rijswijk te gaan, kom ik daarna een paar stevige
wandelschoenen bij je kopen.’
‘Wandelschoenen? Ga je op
pelgrimage in Portugal? Ik hoor van Gert dat je daar naar toe wil.’
‘Dat laatste klopt, maar pelgrimeren over stoffige wegen is mij te spartaans.
Op foto’s heb ik gezien dat er niet alleen sprake is van hoogteverschillen in het landschap. De bestrating binnen de muren van eeuwenoude vestingstadjes en in de hooggelegen wijken van steden zoals Lissabon en Porto, is niet te vergelijken met de gladde stoeptegels voor jullie winkel. Op van Bommels met leren zolen kom je op die
ronde gladde keitjes niet ver. Ik zal stevige stappers nodig hebben.’
Vrijdag hult Chris zich in
een blauwe blazer met bijpassend overhemd en een beige broek. In zijn stropdas
komen dezelfde kleuren terug. De donkerblauwe suède schoenen, die sinds zij
ontslag in de kast staan stof te vangen, heeft hij met een borsteltje opgeruwd.
Op verzoek van Janneke heeft Gert een grijs kostuum aangetrokken met aan zijn
voeten van Bommels uit de nieuwe collectie.
Nadat Chris zijn lot bij Hans
heeft opgehaald rijden de gebroeders Faber opgedoft en in opgewekte stemming
naar het hoofdkantoor van De Staatsloterij waar ze feestelijk met koffie en
gebak worden onthaald. Na de plichtplegingen over en weer en het belangrijkste,
de controle van het lot, mag Chris zich dan eindelijk officieel miljonair
noemen. Er volgt een serie raadgevingen waarvan hij er een paar ter harte
neemt.
Hij zal ze met de bank regelen. Gezien de plannen die hij heeft, maar nog met
niemand heeft gedeeld, slaat hij het aanbod voor een half jaar begeleiding
beleefd af. De Rijswijkse ambtenaren vinden het niet verstandig. Geldwolven
zullen als vliegen op de stroop afkomen. Nuchtere Chris bijgestaan door zijn
broer, die uit hetzelfde hout is gesneden, houdt zijn poot stijf.
Onderweg naar huis vertelt
hij Gert van het plan dat langzaam in hem ligt te rijpen sinds hij de foto’s
van het Dourodal heeft gezien. Rondreizen in Portugal en als het hem daar
bevalt misschien een deel van zijn geld in een wijngaard investeren.
Gert komt een paar kilometer verder pas bij van het lachen, het is maar goed dat hij niet achter
het stuur zit. ‘Nu begrijp ik het. Ik vond dat ik je moest steunen, maar ik
vroeg me wel af waarom je de begeleiding zo stellig weigerde. Bierdrinker Chris
wil investeren in wijn. Man van die drank heb je geen enkel verstand. Je proeft
het verschil tussen wit en rood amper. Daarbij spreek je geen woord Portugees.’
‘Ik hoef het toch niet zelf
te maken daar hebben de Portugezen verstand van.
Op internet heb ik ontdekt
dat er veel Nederlanders door heel Portugal hun geld in het toerisme verdienen.
Ik ben van plan om bij een aantal van die lui een tijdje mijn intrek te nemen.
Bij de een kan dat in een huisje, bij de ander in een appartement.
Als ik zou willen kan ik
zelfs logeren op een boerderij op een wijnhelling.
Je hebt de mogelijkheid tot
zelf koken, aanschuiven bij wat de pot schaft kan ook. Ondertussen kan ik veel
van het land zien en mijn licht bij de landgenoten opsteken over zaken doen in
Portugal. Wat betreft de taal heb je gelijk. Portugees is niet gemakkelijk. Vloeiend spreken gaat het niet worden, maar een mens is nooit te oud om
te leren. Ik heb al een basiscursus op de laptop staan. Voor onderweg haal ik
bij Hans een taalgidsje. Als ik het punt van zaken doen bereik huur ik een tolk in of vraag een van de landgenoten om hulp.Om de tijd volop te benutten
ga ik vliegen en huur daar een comfortabele auto.’
Gert blijft stil. Hij laat
het relaas van zijn broer tot zich doordringen.
Chris zwijgt en wacht af.
‘Allemachtig man, jij loopt
hard van stapel. Heb je dat allemaal deze week bedacht of loop je al langer met
dit soort plannen? Hoe denk je dat te doen met je huis? Houd je dat aan? Ga je
verkopen? Wat doe je met je auto? Wie adviseert je daar?’
‘Nu loop jij hard van stapel.
Mijn ontslag is redelijk vers, zoveel plannen heb ik niet kunnen maken. Natuurlijk
moet ik een en ander organiseren.Te beginnen bij het aflossen van het restje hypotheek. Dat had ik al eerder
kunnen doen, maar belastingtechnisch was dat niet voordelig. Sinds vandaag
speelt dat geen rol meer. Brecht, jij en ik gaan samen naar de notaris om mijn
erfenis te regelen. Een vliegtuig kan neerstorten, daarbij heb ik over de
gewaagde stuurmanskunsten van de Portugees gelezen. Op de landweggetjes
schijnen ze weinig geduld te hebben.
Mijn huis verkoop ik pas als ik zeker weet
dat ik me voor goed in Portugal ga vestigen. Je kent me genoeg om te weten dat
ik niet over een nacht ijs ga. Voorlopig ga ik op vakantie om me te oriënteren.
Ondertussen kunnen Brecht en Janneke de Berlingo gebruiken.
Tot aan mijn voor voordeur mag je sputteren over de plannen want we rijden meteen door naar mijn huis. Als het goed is staat de champagne koud en is Janneke samen met de kok van restaurant De Bosrand bezig een buffet voor zeven personen op te tuigen. Ik heb Hans Klunder en zijn vrouw ook uitgenodigd. Als we geproost hebben op mijn fortuin laat ik dit bommetje nog een keer
ontploffen. We spreken af dat we er geen geheim van maken. Heel Veenwijk mag het weten want ik wil jullie niet opzadelen met suggestieve praatjes die je niet kunt weerleggen.
Het is nu half februari. Eind maart wil ik de amandelbomen zien
bloeien.’