Vanmorgen ben ik, voor mijn doen, vroeg op weg om een bezoekje
af te leggen. Ik ben duidelijk niet de enige die op tijd uit de veren is.
Het is 10.00 uur en het mooie weer heeft meer mensen naar buiten gelokt. Op het
fietspad waar ik moet invoegen is het bedrijvig.
Net als ik denk vrij baan te
hebben hoor ik een zoemend geluid.
Ik kijk nog een keer naar links en zie een wonderlijk
voertuigje op mij afkomen. Het gaat zo snel dat ik invoegen niet waag. Het vervoermiddeltje,
model piepkleine vouwfiets, zoeft voorbij. Een grote kale man, gekleed in korte
broek en T-shirt, bedient het ministuurtje waaraan een linnen tasje als een
vlag heen en weer wappert. Terwijl ik achter hem invoeg valt me zijn houding
op. De lange rug is lichtelijk gekromd, de benen staan in een hoek van 90
graden wijd uit en de kleine trappertjes verdwijnen onder enorme voeten die in
reuzenslippers zijn gestoken. Het is een absurde combinatie die me op de
lachspieren werkt. Grijnzend vraag ik af of de man extra groot lijkt of het
fietsje extra klein. Antwoord op de vraag zal ik niet krijgen want aan het eind
van de straat verlies ik hem uit het oog.
De man is aanzienlijk sneller bij de verkeerslichten dan ik.
Waar hij ruim groen licht heeft en rechts afslaat sta ik even later voor rood op
de doorgaande baan, waar een zwarte auto voorlangs draait.
De jonge bestuurder
beweegt ritmisch op de herrie die uit zijn opengedraaide raampjes naar buiten
golft.
Geef mij maar het zoemende geluid van een gemotoriseerd
vouwfietsje.
Na enig speurwerk vind ik op internet een exemplaar zonder trappers.